Mononieren: Oorzaken en voorspellen van toekomstige nierfunctie

Junior-onderzoeker Sander Groen In't Woud
Ongeveer 1 op de 2000 kinderen wordt geboren met slechts één nier (een aangeboren mononier). Maar er zijn ook kinderen die al vroeg in hun leven een nefrectomie moeten ondergaan waarbij één nier verwijderd wordt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn na een trauma of maligniteit. Volwassenen kunnen prima leven met één nier, maar bij kinderen is dit minder vanzelfsprekend. De overgebleven nier moet hard werken terwijl deze nog in de groei is. Dit geeft in de helft van de gevallen toch problemen met de latere nierfunctie. Helaas kunnen we niet voorspellen welke kinderen problemen gaan ontwikkelen. Daarom worden alle kinderen met maar één nier nauwlettend in de gaten gehouden. Sander Groen In ’t Woud gaat onderzoek doen naar de oorzaken van de aangeboren vorm van mononieren. Verder gaat hij op zoek naar factoren die kunnen voorspellen welke kinderen met maar één nierproblemen met de nierfunctie zullen ontwikkelen. Tot slot gaat Sander kijken of de urine van kinderen met maar één nier stoffen bevat die nierschade eerder aan kunnen tonen dan de huidige parameters. 

 

Urethrakleppen: Oorzaken en voorspellen van toekomstige nierfunctie

Postdoc Loes van der Zanden
Urethrakleppen zijn een soort vliesjes in de plasbuis van jongens die de uitstroom van de urine belemmeren. De oorzaken zijn onbekend. Deze aangeboren aandoening komt bij ongeveer 1 op de 4000 jongens voor. Al tijdens de ontwikkeling van deze kinderen stroomt de urine terug naar de nieren. Dit veroorzaakt druk op de nieren, wat dan weer nierschade kan veroorzaken. Urethrakleppen kunnen tijdens de zwangerschap gezien worden op de 20-weken echo. Ongeveer 30% van de zwangere stellen besluit dan de zwangerschap af te breken. Van de kinderen die voldragen worden heeft ongeveer de helft dusdanige problemen dat zij overlijden of moeten dialyseren voor de leeftijd van één jaar. Helaas kunnen we niet voorspellen welke kinderen dit zullen zijn. Loes van der Zanden gaat onderzoek doen naar de oorzaken van urethrakleppen. Ook gaat zij al tijdens de zwangerschap urine verzamelen van kinderen met urethrakleppen. Zij gaat kijken of deze urine stoffen bevat die kunnen voorspellen of een kind dusdanige problemen heeft dat het zal overlijden of moet dialyseren voor de leeftijd van één jaar. Als dit lukt, kunnen we in de toekomst betere informatie geven over de prognose aan toekomstige ouders die tijdens de 20-weken echo te horen krijgen dat hun zoon urethrakleppen heeft.  

 

De rol van genen en DNA-methylatie bij de VACTERL associatie

Junior-onderzoeker Romy van de Putte
Romy van de Putte doet onderzoek naar de oorzaken van de VACTERL associatie, een combinatie van aangeboren afwijkingen. Zij zal vooral kijken naar de rol van genen en DNA-methylatie. Dit laatste is een proces dat belangrijk is bij het aan- en uitzetten van genen betrokken bij de ontwikkeling tijdens de zwangerschap. Voor dit project wordt samengewerkt met een aantal Nederlandse en internationale partners om van voldoende kinderen gegevens te krijgen.

 

Voorspellen van nierfunctie bij kinderen met aangeboren vernauwingen aan de urinewegen

Postdoc Loes van der Zanden
Aangeboren vernauwingen van de urinewegen (zoals urethrakleppen en UPJ of UVJ stenose) zijn veelvoorkomende aangeboren afwijkingen en de belangrijkste oorzaak voor nierfalen bij kinderen. Dertien tot 50% van de kinderen met urethrakleppen ontwikkelen nierinsufficiëntie, maar we kunnen niet voorspellen welke kinderen dit zullen zijn. Er zijn al een paar factoren bekend, die iets kunnen zeggen over de toekomstige nierfunctie. Maar dit zijn meestal klinische kenmerken, die pas na de start van de behandeling of zelfs pas jaren later bepaald kunnen worden. Daarom doet Loes van der Zanden onderzoek om de kans op nierfalen te kunnen voorspellen op een moment dat de nieren nog goed functioneren. Hierbij kijkt ze niet alleen naar kenmerken zoals de ernst van de vernauwing of het type behandeling, maar worden ook genetische invloeden van het erfelijk materiaal en allerlei factoren van moeder en kind tijdens de zwangerschap onderzocht.

 

Voorspellen van complicaties na hypospadie operaties

Arts-onderzoeker Elsemieke Dokter
Hypospadie is een aangeboren afwijking bij jongens waarbij de plasbuis aan de onderkant van de penis eindigt. De meeste kinderen worden geopereerd als ze zo’n 1 à 2 jaar zijn. Helaas ontstaan er bij een deel van de kinderen problemen, soms direct na de operatie, maar soms ook nog jaren later. Er zijn veel verschillende soorten problemen die kunnen ontstaan, zoals het openvallen van de wond (dehiscentie), een versmalling van de plasbuis (stenose) waardoor het plassen moeilijk is of een gaatje in de plasbuis op de verkeerde plek (fistel). Omdat het meestal niet duidelijk is waarom de ene jongen wel problemen krijgt en de andere jongen niet, doet Elsemieke onderzoek naar factoren die invloed kunnen hebben op het ontstaan van deze problemen. Ze kijkt daarbij naar de gezondheid van het kind, maar ook naar genetische factoren en blootstellingen van het kind en zijn moeder tijdens de zwangerschap. We willen te weten komen welke factoren belangrijk zijn in het ontwikkelen van de problemen, zodat we daar op in kunnen spelen en in de toekomst deze problemen zoveel mogelijk kunnen voorkomen.

 

EURenOmics – groot Europees onderzoek naar genetische oorzaken van nierafwijkingen

Postdoc Kirsten Renkema
Onlangs is de 2e bijeenkomst geweest van het Europese project EURenOmics in Heidelberg. Europese onderzoekers, waaronder de AGORA-onderzoeker Kirsten Renkema, speuren met elkaar naar erfelijke oorzaken van allerlei aangeboren nierafwijkingen, zoals misvormde nieren, een mononier of een dubbelsysteem van de nieren. Voor een aantal patiënten is de oorzaak al gevonden, maar voor het merendeel van de patiënten wordt nog verder gezocht naar mogelijke oorzaken.

 

Genetisch onderzoek naar schisis

Junior-onderzoeker Michelle Thonissen
In samenwerking met de Universiteit van Bonn (Duitsland) wordt op dit moment een groot onderzoek uitgevoerd naar genetische oorzaken van schisis bij kinderen.

 

Lymfomen onder de loep

Marjolijn Jongmans, klinisch geneticus
Binnenkort zal Marjolijn een aantal genen onderzoeken in een groep van patiënten met een lymfoom. Zij heeft 2 genen gevonden in enkele patiënten, die naast een lymfoom ook aangeboren afwijkingen of een geestelijke beperking hebben. En bij patiënten waarbij meer kinderkanker in de familie voorkomt. De vraag is nu of deze genen ook een rol spelen in kinderen die alleen een lymfoom hebben en de enige in de familie zijn met dit type kanker.

 

Toekomstplannen voor AGORA

Psychologische impact van aandoeningen bij kinderen en patiënt-gerapporteerde uitkomsten

Recent is AGORA verder uitgebreid. Er wordt nu bij een selectie van kinderen ook informatie verzameld over de klinische follow-up en de psychische impact van de aandoening bij deze kinderen. Op dit moment wordt bij kinderen met hypospadie nagevraagd of zij complicaties of problemen hebben ondervonden na een operatie voor hypospadie. Specifiek wordt gevraagd naar de impact die dit op het kind en zijn ouders heeft (gehad) en wat de huidige kwaliteit van leven is. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit type onderzoek in de toekomst voor meerdere aandoeningen gaan plaatsvinden. Er liggen al plannen klaar voor een aantal nier- en urinewegafwijkingen.

 

Voedselvragenlijst

In de huidige vragenlijsten voor de ouders van kinderen met aangeboren afwijkingen wordt een aantal vragen gesteld over voeding. Deze vragen gaan binnenkort vervangen worden door een uitgebreide voedselvragenlijst, die nog beter het gehele voedingspatroon van iemand kan bepalen. Deze vragenlijst wordt optioneel en digitaal aangeboden aan de ouders, nadat ze de algemene AGORA vragenlijsten hebben ingevuld. En natuurlijk zijn hiervoor ook onderzoeksplannen.